Het werk van Josua de Jong oogt nogal 'gewoon'. De onderwerpen die hij
schildert: landschappen, dansende figuren, muzikanten, naakten en
stadsgezichten ogen allemaal 'klassiek' en zijn daarom voor iedereen
herkenbaar. De kracht van het werk schuilt dan ook niet in het idee, maar
in het vermogen van Josua om in rake vegen verf de snelheid en beweging
van zijn onderwerp op het doek te zetten.
De essentie van de uiterlijke verschijning der dingen moet
er dan ook in één keer staan. Als een schilderij niet direct lukt blijft
hij er niet op doorgaan (iets wat juist in olieverf goed kan), maar
schildert het radicaal over om een zo groot mogelijke directheid te
benaderen.
Hij ziet wat wij ook zien, wat mooi is in een figuur of
landschap, maar weet dit op een expliciete wijze op het doek te zetten.
Zijn kleurgebruik is ingehouden. De blauwe, rode en gele pigmenten worden
bijna altijd gebroken met aardkleuren of ivoorzwart. Het is dit
'Hollandse' kleurgebruik en expressionistische stijl die het werk
van Josua een eigen karakter geeft.